Het heien

Licht heien

Zoals eerder al werd verduidelijkt, is het niet zo dat een paal die gemakkelijk penetreert een laag draagvermogen heeft. Doorgaans wordt een heiwerk begonnen op de plaats van een sondering. Men heit dan tot de geadviseerde diepte, ongeacht de heiweerstand. Uit het verloop van die weerstand valt waar te nemen dat de paalvoet de funderingslaag heeft bereikt. Is dat zo, dan is dat een bewijs dat de sondering in dat opzicht betrouwbaar is. De gevonden heiweerstand neemt men dan als maatstaf voor de volgende palen en met die maatstaf als basis heit men de volgende palen tot opnieuw een sonderingslocatie is bereikt. Ook dan weer moet het slagdiagram in zijn algemeenheid stroken met het verloop van de conusweerstand.

Zonder heisimulatie is het vrijwel onmogelijk om met een redelijke graad van nauwkeurigheid de absolute waarde van de heiweerstand te voorspellen zoals die op de einddiepte wordt gevonden.

Verschillen in grondprofiel

Plaatselijk kunnen verschillen in het grondprofiel voorkomen die bij het veldonderzoek (bij de sonderingen) onopgemerkt blijven. Er zijn voorbeelden bekend van oude boorgaten waar over luttele vierkante meters het zand zijn vastheid volledig verloor. Dergelijke afwijkingen kunnen ook een natuurlijke oorzaak hebben. Het is duidelijk dat de naastliggende sondering dan geen betrouwbare maatstaf meer is en het ligt voor de hand dat het heien in zo'n gebied uitermate gemakkelijk verloopt. Afwijkingen met een natuurlijke oorzaak komen voor in bijvoorbeeld Almere.

pagina 61
















Voorbeeld van een klein gebied met een afwijkende vastheid van het zandpakket zoals men in Almere heeft aangetroffen.

Wateroverspanning

Het grondverdringend karakter van de betonnen heipaal veroorzaakt wateroverspanning. Zakt een paal van 400 x 400 mm bijvoorbeeld 2 cm per stoot, dan moeten elke keer 0,4 x 0, 4 x 0,02 = 3,2 liter grond door de paalvoet worden verplaatst en dat nog wel in een fractie van een seconde. De gronddeeltjes ter plaatse worden opzij geschoven of verpulverd. Het aanwezige water komt onder spanning te staan en stroomt af naar gebieden met minder spanning. Het zand waarin de palen worden geslagen, is doorgaans zo waterdoorlatend dat het water tussen twee heistoten voldoende gelegenheid heeft om af te stromen. Maar zulks is alleen maar het geval als het aantal liters water dat per heistoot moet worden verplaatst, niet te groot is. Gaat men onder dergelijke omstandigheden het heiblok verzwaren met als gevolg een grotere zakking per stoot, dan wordt de kans op het opwekken van wateroverspanning groter.

Paalbreuk

Het niet oplopen van de heiweerstand bij het bereiken van de draagkrachtige laag is bijna altijd een aanwijzing dat de paal gebroken is. De paalschacht is dan gebroken voordat de paalvoet de draagkrachtige laag kon bereiken. De oorzaak van paalbreuk moet worden gezocht in het optreden van ontoelaatbare trekspanningen die vaak ontstaan bij het doorheien van slappe bovenlagen. De trekscheur(en) die daarbij ontstaan en de desintegratie van het beton kunnen leiden tot breuk van de schacht. Wanneer een breuk van een betonnen heipaal wordt vermoed, kan het sonisch doormeten worden ingezet. 

Slanke voorgespannen betonnen palen

Slanke voorgespannen betonnen palen hebben een naar verhouding geringere voetweerstand en meer kleef. Dat maakt dat dergelijke palen zich gemakkelijk laten heien. Als men dan ook nog een relatief zwaar blok gebruikt, kan de heiweerstand over het gehele paaltraject laag blijven. Dit hoeft geen bezwaar te zijn mits het slagdiagram nog voldoende gedetailleerd is om het te kunnen vergelijken met het verloop van de conusweerstand.

pagina 65



























Sondering en heiweerstand. De bovenste figuur heeft betrekking op het heien met een D5 blok, de onderste op het heien met een D12 blok.